Ga direct naar de inhoud.

Gert Heylen doet het anders

In moderne duivensport bestaan een aantal ongeschreven regels, met name in het jonge duivenspel:

-Als je niet verduistert kan je het in augustus en september schudden.

-Nestspel is niet meer van deze tijd. Je moet jongen gescheiden spelen of liever nog op weduwschap. Met een oude partner.

-Een goed duivenhok is van boven gesloten met weinig lichtinval.

-Bij goed spelen hoort veel rijden. Zonder gaat niet meer.

Gaat dit inderdaad allemaal op?

Gert Heylen uit Berlaar, specialist op vitesse met oude maar vooral met jongen denkt daar anders over. Sterker nog, die heeft maling aan die regels.

 

WEER DAAR

Weer een uit die streek? Inderdaad maar dat is niet zonder reden. Daar wonen gewoon een aantal superkampioenen ‘op een zakdoek’. En dat op alle afstanden.

Nergens worden meer nationale overwinningen behaald dan daar.

En waar gaat het op vitesse rapper?

Ooit beschreef ik de streek waar ik woon als het Mekka van het halve fondspel. Op een paar kilometer van elkaar woonden immers Iconen als Hofkens, Louis van Loon, de Janssens, Klak en nu nog Meulemans.

Mensen die duivengeschiedenis schreven.  

Maar ga eens verder terug! De beroemdste van dat stel, de Janssens, haalden hun basisduiven bij Ceulemans, Schoeters, Jos v d Bosch, Cas Goossens. Allemaal uit de regio Berlaar en Herenthout.

Die broers moeten toch reden gehad hebben om naar die streek af te zakken?  

Neem ook Meulemans. Die zou het beste kweekkoppel ooit gehad hebben. De doffer kwam van Jos v d Bosch Berlaar.

Piet de Weerd bewierookte Huyskens van Riel als de beste ooit. In Amerika spelen ze die nog zuiver, maar dat terzijde. De legendarische combinatie deed het met duiven van jawel, weer Jos v d Bosch.

  

TIENVERVBOND EN DIAMANTVERBOND

Nu kruisen de regionale vitessers er wekelijks de degens in het Tienverbond en Diamantverbond. Of daar ook de beste zitten is moeilijk hard te maken, maar uitsluiten doe ik het niet. Vergelijk wekelijks het concoursverloop met omringende samenspelen en men zal me begrijpen. Een van de onbetwiste smaakmakers aldaar is eerder genoemde Gert Heylen.

 

GERT HEYLEN

Gert, amper 40, was begin 90-er jaren al top. Hij was destijds goed bevriend met Carl Lambrechts, de zoon van Cyriel.

En met een koppel jongen van Carl is het allemaal begonnen.

Duiven van Karel Laenen en een superduivin van De Meijer (Kessel) zouden hem maken tot wat hij nu is.

Die laatste duif is overigens interessant. Ook Superman Willy Daniels beweert veel te danken te hebben aan een duif van dezelfde de Meijer. Op google kom je diens naam niet tegen, maar dat zegt weinig. In duivensport verlustigen de media zich vaker aan Paper tigers

 

UITSLAGEN

‘Uitslagen zijn de enige echte waarheid’ hoor je vaak.

Is dat ook zo?

Meestal ja. Maar de betekenis ervan wordt minder in een centrum waar de concurrentie weinig voorstelt.

Het omgekeerde is ook waar. Dan kunnen uitslagen zowaar in iemands nadeel werken.

Zo speelt deze jonge kampioen met weinig duiven tegen weinig duiven.

Zijn prijspercentage is heel vaak 100%.

Een vroege prijs tegen enkele tientallen duiven zou veelal ook een vroege prijs betekenen tegen een veelvoud. Amper prijs in zijn samenspel zou vaak nog prijs per tiental elders betekenen als men de snelheid vergelijkt.

 

DE MELKER

Gert speelt 16 doffers op traditioneel weduwschap. De meeste zijn nazaten van de ‘Jackpot van 2004’, een fenomenale vlieger en zo mogelijk nog beter als kweker. Vreemd genoeg waren de duivinnen die hij gaf geen pijp tabak waard, de doffers daarentegen bijna allemaal goede. Er zitten er 7 van op het kweekhok.

Die ‘Jackpot’ op zijn beurt is een nazaat van ‘de Witte’, stamduif van het hok en een mysterieuze duif. Ze hadden destijds geen duiven van die kleur en ineens liep daar toch wel een witte tussen zeker. Vader Louis noch Gert hebben ooit kunnen achterhalen uit welke ouders die kwam.

 

ALLEEN WEDUWNAARS

Zoals het een echte vitesser betaamt is hij vanaf half maart van de partij als het weer het toelaat, ook met zijn beste duiven. Ze trainen een keer daags rond 15.00 uur (vrije training), voordat de jongen los gaan.

De duivin wordt steeds getoond, maar wel erg kort.

Ze worden gespeeld tot eind juni, krijgen dan even rust, worden opnieuw gelapt en vliegen vervolgens nog een keer of vier op nest, ook in de week. Al bij al toch wel 25 vluchten op een jaar. En in het najaar, eenmaal op jongen, presteren ze nog beter dan op weduwschap beweert Gert.

 

JONGEN

Was er een tijd dat je kampioenen had met oude en specialisten met jongen,

Gert Heylen is beide.

Maar wat bij hem opvalt is hoe hij met jongen speelt: Op grootvaders wijze, dus helemaal achterhaald, of… is hij zijn tijd vooruit vraag je je af als je de uitslagen ziet.

Hij verduistert niet, speelt niet ‘gescheiden’, koppelt zijn jongen niet met oude en er mee rijden doet hij al helemaal niet.

Hij kweekt een ronde, zo’n 60 stuks, die wordt degelijk opgeleerd, bij goed weer vanaf begin mei, en in het hoogseizoen doet Gert er alles aan ze op nest te krijgen. Duiven op nest trainen toch niet?

Bij hem wel. En merkwaardig genoeg is dat ook zo’n beetje de methode van die andere supermannen daar, kerels als Cyriel Lambrechts en de van de Brandes.

Zowel concurrenten als vrienden, dat zie je ook niet vaak.

Adeno en verliezen met jongen kennen Heylen en consorten dan weer wel.

Bij Gert bedragen die verliezen toch wel een derde, dus ongeveer 20 van de 60.

 

HEYLEN ALLERLEI

Kweekkoppels die alleen maar goede geven heeft ook hij niet, ook voor hem is het elk jaar weer zoeken en om koppelen.

De hokken worden dagelijks gekuist, medicatie wordt hoegenaamd niet gegeven.

En bijproducten? Piksteen, Allerlei, Vitamineral en dat is het wel zo’n beetje.

Wel zitten er na de vlucht steevast elektrolyten in het water.

Speelt hijzelf zelden meer dan vijf oude duiven, met grote inmanders heeft hij totaal geen moeite. Eerder medelijden om zo veel duiven te moeten verzorgen. Gert: ‘Snap niet wat die mannen bezielt.’

En de hokken? Sprekend over ‘licht en lucht’ moet je bij hem zijn. Binnen kijk je op de Boomse pannen (achterkant is golfplaat) en in theorie (!) zijn ze veel te licht. Dat leidt vooral bij warm weer wel eens tot ‘one eye cold’ maar hokken waarop al zo lang zo goed gespeeld werd durft hij niet veranderen.

 

DROOM        

Gert zou wel HaFo willen spelen, maar zowel zaterdag als zondag met duiven bezig zijn en soms nog op meerdere plaatsen spelen ziet hij met een baan en jong gezin niet zitten. Ook hij ziet het vitesse spel met lede ogen achteruit gaan en ‘droomt’ er van dat het binnen niet al te lange tijd anders wordt: Zoals in Nederland: Alle vluchten op zaterdag omdat er nog andere dingen zijn dan duiven.

Dan zou hij zelfs overwegen ook halve fond te spelen.

 

GEWOON

Het buitengewone aan Gert is dat alles er zo gewoon is.

Behalve dus de geheel eigen wijze waarop met jongen wordt gespeeld.

Zo’n beetje als een halve eeuw terug.

Hij heeft geen website, geen foto’s van duiven, amuseert zich niet met stamkaarten, maar… ‘speel er maar eens tegen’ zeggen ze in de streek!