Ga direct naar de inhoud.

Ligt het aan mij?

Volledig opgaan in de hobby zoals sommigen doen is trouwens niet zonder gevaar.
Ik kan me goed voorstellen dat er een moment komt dat zulke mensen zeggen: 'Nu heb ik er mijn buik van vol en is het genoeg geweest, ik stop er mee.'
Bij mij is dat nog nooit opgekomen.
Omdat ik me beperk?
Me 'winterrust' opleg misschien?
Overigens kan men me dat niet aanrekenen als een afwijking.
Zowat alle sporten zijn seizoensgebonden.
Voetballen, vissen, wielrennen, schaatsen enzovoorts doe je ook geen 52 weken per jaar. Overigens gun ik anderen hun winterse duivenpret en een enkele keer ga ik ook op stap. Maar ik stel mezelf dus grenzen.
Tien weekends weg is mij te veel. Ik neem U mee naar enkele dagen ‘wel weg’.

LEEDVERMAAK
De kampioenendag in de eigen afdeling begon op zijn 'duivenmelkers'.
Een mij onbekend iemand sprak me aan en ik voelde dat hij bepaalde bedoelingen had. 'Bourges was niet best, hè?' Zijn ogen twinkelden van plezier.
'Nee, dat was niet best' zei ik, 'een rare vlucht'.
Maar dat bedoelde hij niet.
Ik had niet goed gespeeld had hij gehoord van iemand met een hok vol kinderen van Nationale Asduiven en andere supers maar die desondanks op de vluchten niets te betekenen heeft. Hij moest maar eens op de uitslag kijken had die man gezegd, mijn naam zou hij niet tegenkomen.
Dat was ook zo want´é╝ ik had niet aan die vlucht deelgenomen.
Wat later schoof iemand anders aan.
Namen van sportgenoten vlogen over de bierglazen. Over iedereen wist hij wat.
Jan speelde ook niet meer als vroeger, bij Piet was het alleen om geld te doen, Kees was een krent want 'poulen durfde hij niet' en toen kwamen de bestuurders aan de beurt. 'Wat doe ik hier' ging het door me heen maar gelukkig waren het de enige dissonanten van die avond.

KAMPIOENEN
De reactie van de zaal bij de huldiging van de kampioenen was zelfs hartverwarmend. Een staande ovatie en een lang 'lang zal ze leven' viel ze ten deel.
Een schril contrast met het begin en dat is te verklaren. De meeste aanwezigen waren zelf kampioenen, die sarcast en die kwaadspreker van het begin van de avond waren dat niet.

In duivensport zijn het vooral de kampioenen die de prestaties van de ander weten te waarderen. Uit hun mond komt zelden kritiek, afgunst of kwaadsprekerij.

Pas op voor kwaadsprekers. Ze roddelen tegen jou over de andere maar amper hebben ze hun k... gedraaid of jij bent mogelijk aan de beurt.

HARDERWIJK
Ik was ook naar Harderwijk geweest.
Daar was een forum met mensen die wat te zeggen hadden en geen lui die er in eigen club niet eens in slagen zich te onderscheiden.
Zulke charlatans zitten vaker in forums dan men denkt en die horen er niet.
Wel goede spelers, van hen kan men leren.
Want waarom spelen sommigen zo goed vragen mensen zich wel eens af?
- Zijn die zo veel slimmer?
- Kennen die zoveel meer van voeren, medicijnen, selecteren en hokken?
- Weten die hun duiven zoveel beter te koppelen?
- Kennen die zoveel beter het verschil tussen een goede en een slechte duif?
Forums maken je daaromtrent wijzer.
In Harderwijk was ik aangenaam verrast door de opkomst, (sommigen hadden 150 kilometer afgelegd), de perfecte organisatie, het fraaie clubgebouw en een eigen parkeerruimte, gewoon af.
Dat duivensport achteruit gaat was daar niet te zien.
Diverse liefhebbers bleken pas met duiven te zijn begonnen of begonnen opnieuw en toen kwam een Harderwijker met een uitslag naar me toegelopen.

STOMVERBAASD
Hij wees naar de vlucht en de datum op het voorblad.
'Dezelfde vlucht op dezelfde dag dat jullie die rotvlucht hadden' zei hij.
Ik herinnerde me die dag en met 'rotvlucht' drukte hij zich nog voorzichtig uit, het was weinig minder dan een ramp.
'Bekijk de uitslag eens’ glimlachte de man.
Dat deed ik en mijn verbazing was groot.
Ik schrijf vaker dat je concoursen niet met elkaar kunt vergelijken maar dit sloeg alles. De vlucht kende daar een vlekkeloos verloop zonder verliezen! Er was een kwartier verschil van lossen dat wel, het betrof ook oude duiven, maar toch.
Bij ons waren de duiven amper naar huis te branden, het concours duurde bijna vijf uur, de verliezen waren enorm, de snelheid van de eerste duif 872 mpm.
En dan te weten dat de vlieglijn dezelfde was met dat verschil dat hun duiven nog 100 kilometer verder moesten. Toch niet te vatten.

GEFOPT
Maar we zijn er nog niet. Buiten werd ik opgewacht door iemand die me wat duiven in handen duwde.
Duur gekocht, zuiver ras X, hij zag het helemaal zitten maar wilde toch mijn mening weten. Nu ken ik weinig van duiven maar mee dat ik deze in handen kreeg wist ik het al. Die befaamde 'eerste indruk' weet je wel.
Grote diepe duiven met harde pluimen waren het.
Ik woog mijn woorden om hem niet te ontgoochelen maar wilde hem toch duidelijk maken dat het duiven waren waarmee niets aan te vangen viel.
De man (nog maar pas liefhebber) was puur afgegaan op stambomen en namen, een fout die velen maken, vooral beginners.
Sommige gewiekste verkopers voelen snel aan met een beginner te doen te hebben en helaas zijn niet alle mensen van goede wil. Zeker niet als ze geld ruiken.

ELDERS
Ook was ik die winter in Vlaanderen geweest.
Ik kom daar graag, vooral in sommige kleine dorpjes omdat de tijd er lijkt te hebben stil gestaan.
Je vermoedt achter elke knotwilg nog een uitgehongerde wolf en in de handtas van oude vrouwtjes een deegrol waar bloed aan kleeft.
Van op kilometers was al hoorbaar waar ik moest zijn.
Vloekend, zuipend en woeste liederen zingend waren de 'duivensjappers' zeer aanwezig. Het rokerig lokaal met vergeelde duivenfoto's was geheel in stijl. Het was bij de IJzer, de streek waar diverse veldslagen zijn gevoerd.
Belgen hebben altijd iets van krijgskunst gekend en dat lijkt nog zo. Ik kreeg de indruk dat in plaats van oorlogsverklaringen te faxen ze daar nog hun broek laten zakken om de vijand te tonen hoe ze over hem denken.
Op weerloze mensen schieten of Patriots lanceren past niet bij ze. Of ze daar te ouderwets of te beschaafd voor zijn laat ik in het midden.

KAMPIOENEN EN ANDEREN
In dat broeierige café zag ik vedette X, andere kampioenen en gewone liefhebbers:
Iedereen op de eigen plek, kampioenen kliekten samen en datzelfde deden niet kampioenen waarvan sommigen hun uiterste best deden hun afgunst te verbergen.
X zelf kon men niet aanraken.
Die zat omringd door wat lijfwachten leken maar in werkelijkheid waren het slijmerds die naast hem zaten om te laten zien dat ze naast hem zaten.
Niet om aan te zien.
Wat verder stonden ‘kampioenen’ folders uit te delen aan argeloze Duitsers.
Met gemengde gevoelens reed ik huiswaarts. Voor de zoveelste keer.
Duivendagen in het stille seizoen?
Er zijn er maar weinig waar ik me vermaak maar dat kan aan mij liggen.